Overbewoning

Er is sprake van overbewoning wanneer het aantal bewoners van de woning zo groot is dat er een veiligheids- of gezondheidsrisico ontstaat. Niet alle woningen waarvan de woningbezettingsnorm overschreden is, zijn dus overbewoond.

 

De procedure om een woning overbewoond te verklaren is in grote mate gelijk aan de procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring. Een aantal verschilpunten met de procedure ongeschiktheid en onbewoonbaarheid en aandachtspunten kan je hieronder vinden.

 

  • Het initiatief voor het opstarten van de procedure tot overbewoonverklaring kan van verschillende instanties komen, zoals de burgemeester zelf, het OCMW, Wonen-Vlaanderen, politiediensten,… Maar in de praktijk ligt een verzoek tot opening van de procedureongeschikt- en onbewoonbaarheid wel meestal aan de basis van een procedure overbewoning.

 

  • Beperkt onderzoek gegrondheid:  De gemeente zal eerst onderzoeken of het verzoek tot overbewoondverklaring  wel gegrond is. Dat kan bijvoorbeeld door na te kijken wie er ingeschreven is in de woning (bevolkingsregister), een verkennend onderzoek ter plaatse of door navraag bij de politie of andere lokale partners. Als het verzoek gegrond is zal ze pas een advies over de woningbezetting vragen aan Wonen-Vlaanderen.

 

De woningcontroleur zal bij het conformiteitsonderzoek de bezettingsnorm van de woning in het technisch verslag vergelijken met het feitelijke aantal bewoners. Als er een veiligheids- of gezondheidsrisico is, maakt hij een omstandig verslag op.

Meer informatie
  • Meer informatie over overbewoning kan je vinden op de website van Wonen-Vlaanderen.